Litho / Steendruk

Klik hieronder op een subcategorie om een overzicht te krijgen van de moderne kunstwerken die wij u te koop aanbieden binnen de schildertechniek categorie 'Litho / Steendruk'.

Meer informatie over de schilder techniek 'Litho / Steendruk'

Steendruk of Lithografie De lithografie of steendruk ontleent zijn naam aan het Grieks: lithos is steen en grafien of graphein betekent schrijven. Het is een zogenaamde vlakdrukmethode, waarbij niet gewerkt wordt met reliëf. (Wanneer de beeldelementen niet hoger of lager liggen dan de rest van de drukvorm, dan spreekt men van vlakdruk) Een lithografie is een afdruk van een tekening op steen; vandaar ook de naam steendruk. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de eigenschap dat water en vet (drukinkt is vet) elkaar afstoten en vette stoffen andere vette stoffen aantrekken. Wanneer je nu met een vet materiaal een tekening maakt, en vervolgens de tekening vochtig maakt, dan zal het water ter plekke van de tekening worden afgestoten. Vette drukinkt, die met een rol wordt aangebracht, hecht aan de vette tekening en niet aan het niet betekende oppervlak. Wanneer je hier een vel papier oplegt en hard genoeg drukt krijg je een spiegelbeeldige afbeelding van het origineel. De eerste stappen op het gebied van de steendruk deed Simon Schmid in 1789. De uitvinder van de steendruk is Aloys Senefelder (1771-1834). Hij ontwikkelde de techniek, door heel veel te experimenteren, tussen 1795 en 1798. Net als alle grote ontdekkingen, zoals het buskruit en de gom op de gele memobriefjes, wordt het principe van de lithografie min of meer toevallig uitgevonden. De uit Praag afkomstige Alois Senefelder is een betrekkelijk onsuccesvolle toneelschrijver, die kampt met geldproblemen. Hij kan zich niet veroorloven zijn eigen stukken te laten drukken. Daarom zoekt hij naar een alternatieve, goedkope methode om zijn werk te vermenigvuldigen, teneinde het in omloop te kunnen brengen. Hij begint te experimenteren met een verschijnsel dat hij bij eerdere proeven, op een geheel ander terrein, heeft opgemerkt: het feit dat druppels olie zich hechten aan een vethoudende inkt. Senefelder tekende het te drukken beeld met vetkrijt op een geslepen kalkzandsteen en ‘etste' deze vervolgens met een waterige oplossing van Arabische gom. Daarna bevochtigde hij de steen met een spons en water en bracht er drukinkt op aan. De inkt hechtte zich alleen aan het getekende, vette beeld en kon dan op papier worden afgedrukt. Hiermee was de vlakdruk geboren: een betere, snellere en goedkopere techniek voor het drukken van beelden dan de toen gebruikelijke hoogdruk ( houtsnede en boekdruk ) en diepdruk ( gravure en ets ). Senefelder beschreef de geschiedenis van zijn uitvinding en de techniek breedvoerig in zijn 'Volständiges Lehrbuch der Lithographie und des Steindrucks', dat in 1818 in München verscheen. Dat zijn uitvinding leidt tot een geheel nieuwe kunstvorm doet de jonge toneelschrijver goed maar ten tijde van de uitvinding heeft hij eerder een commercieel dan een artistiek doel voor ogen. Hij realiseert zich dat de steendruk zich uitstekend leent voor het drukken van muziekpartituren. Deze zijn zeer in trek, maar de traditionele boekdrukkunst, met haar systeem van letterbakken, leent zich er niet voor. De rest van zijn leven zal Senefelder zich bezighouden met het verspreiden van zijn uitvinding. De uitvinding van de chromolithografie in 1836, een praktische manier van kleurensteendruk, door de Franse drukker Godefroy Engelmann bracht de steendruk in een stroomversnelling. De chromo-lithografie is een vierkleurendruk-systeem wat nu bij de offset nog altijd wordt toegepast. Door de technische vooruitgang werd het mogelijk grote affiches in kleur te drukken. Als tekenoppervlak gebruikt Senefelder een vlakke kalksteen. Niet lang daarna gaat men ook werken met aluminium platen, een techniek die tot de dag van vandaag wordt gebruikt om kranten te drukken. Kunstenaars maken echter bij voorkeur gebruik van kalksteen. Toen de lithografie in het begin van de 19e eeuw bekendheid verwierf, richtten kunstenaars en reproducerende grafici hun aandacht vooral op de krijttechniek. De tekenaar kan zich met krijt op steen even vrij uitdrukken als op papier. Vanaf 1930 liep de industriële betekenis terug. De laatste persen verdwenen rond 1950-1960 uit de drukkerijen. Offsetdruk, het belangrijkste drukprocédé van vandaag, is direct afgeleid van de steendruk. Maar het traditionele steendrukken is nog niet verdwenen. Met name kunstenaars gebruiken de techniek nog steeds voor het maken van grafiek in kleine oplagen. Het duurt een kwart eeuw na de uitvinding voor de lithografie een volwaardige plek in de kunstwereld opeist. De eerste grote stap, tot op heden een onbetwist hoogtpunt in de geschiedenis van de lithografie, wordt gezet wanneer de Spaanse meester Francisco Goya in 1824 een steendrukkerij in Bordeaux binnentreedt en op een steen enkele afbeeldingen van stierengevechten tekent. Ze worden gedrukt en blijken een doorslaand succes: een nieuwe kunstvorm is geboren. De kunstvorm kent zijn ups en downs. Na Goya en Eugène Delacroix en Gericault wint de lithografie dusdanig aan populariteit dat de markt wordt overspoeld met middelmatige werken van middelmatige kunstenaars. Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Honoré Daumier maakte sociale- en politieke prenten voor dag- en weekbladen. Hoogtepunten vormen het werk van de Fransman Toulouse-Lautrec en de nocturnes van James Mcneill Whistler (in 1887), die zijn litho's liefkozend omschrijft als 'zwijgende zangen in steen'. De Affiche voor Delftsche Slaolie van Jan Toorop (1894) werd razend populair en bezorgde de Art-Nouveau in Nederland de bijnaam 'slaoliestijl'. In de 20ste eeuw is de lithografie een populair middel voor artistieke expressie gebleven met exponenten als Fernand Léger en Pablo Picasso. Een grote bloeitijd beleefde de lithografie na de tweede w.o. met kunstenaars als Picasso, Dali, Miro en Chagall. De steendrukkerij 'Mourlot en Frères', waar het werk van deze kunstenaars gedrukt werd bestaat nog steeds en geeft nog prenten uit van hun werk. Ook in Nederland zijn enkele steendrukkerijen die prenten drukken voor o.a. Constant, Lucebert, Appel, Dumas, Visser, Gubbels, Armando, e.a. Procede uitvoerig beschreven: 1. Een plaat van poreuze, organische koolzure kalksteen met zeer fijne structuur en poriën, 10 a 12 cm dik, word in de greinbak vlak geschuurd d.m.v. een tweede steen en carborundum poeder. De blauwe stenen zijn het hardst en het fijnst van structuur en worden daarom voor het delicaatste werk uitgekozen. Is de steen reeds eerder gebruikt dan moet het oude beeld weggegreind worden totdat al het vet uit de steen verdwenen is. 2. Op het geschuurde oppervlak wordt met vet materiaal ( vetkrijt, lithopotlood, vette inkt of tusche) een tekening gemaakt. Het materiaal waarmee getekend of geschilderd wordt is belangrijk en beslissend tot het bekomen van het gewenste beeld. De gebruikte materialen moeten vet bevatten en, na het aanbrengen ervan op de steen, duidelijk zichtbaar zijn om te bewerken. De hoeveelheid vet in het tekenmateriaal aanwezig is bepalend voor het bekomen van zwart en alle mogelijke grijstinten. De materialen zijn in alle mogelijke vetgehaltes en vormen in de handel verkrijgbaar. 3. Dan wordt de steen bedekt met een dun laagje Arabische gom opgelost in water met een paar druppels salpeterzuur. Het ‘vet' zet zich daardoor goed vast op de steen en het overige steenoppervlak word hygroscopisch. 4. Na 24 uur heeft het zuur de tekening in de steen laten trekken. Met water worden nu zuur en gom verwijderd, wat overblijft is de steen met daarin, als vetvlekken, de tekening. Na behandeling met weer gom, terpentijn en asfalttinktuur is de steen klaar voor het daadwerkelijke drukproces. 5. Vanaf nu moet de steen voortdurend nat gehouden worden. De beeldelementen, die vet en dus hydrofoob zijn, stoten het water af. De niet betekende delen van de steen zijn hydrofiel en nemen het water op. Vervolgens wordt de steen ingerold met peninkt. Deze vette inkt hecht niet aan de blanke delen van de tekening, maar alleen aan de beeldelementen. De inkt die bij vlakdruk gebruikt wordt heeft in principe dezelfde samenstelling als de andere drukinkten op oliebasis. Voor manuele vlakdruk worden korte inkten gebruikt, iets dikker dan voor hoog- en diepdruk wenselijk is. De machinale vlakdruk, die met grote snelheden werkt, heeft langere, dunnere, sneldrogende inkten nodig, zodat het papier onmiddellijk voor verdere bewerking gereed is. 6. Dan word een vel papier op de steen gelegd en afgedekt met een gladdekker (plaat kunststof aan de bovenkant bedekt besmeerd met schapenvet). 7. Dit geheel wordt onder de rijver van de lithopers doorgetrokken. De tekening word zo ‘afgewreven' op het papier. Dit gaat 'onder groot bezwaar', zoals de vakterm luidt. Een lat, de vijzel of rijver, van dezelfde breedte als de steen, strijkt onder aanzienlijke druk over het papier, waarop het spiegelbeeld van de oorspronkelijke tekening wordt afgedrukt. In tegenstelling tot een etspers zit in deze pers geen rol. De reden is dat een rol te weinig plaatselijke druk geeft op een bepaald gebied. De reiver is een tapstoelopende brede plank die iets smaller moet zijn dan de te drukken steen, maar iets breder dan het te drukken beeld. Om een optimaal drukresultaat te krijgen moet de reiver bij het uiteinde 3 mm smal zijn. Vroegen werden reivers van perenhout gemaakt (lange vezels) tegenwoordig zijn er kunststof reivers die je kunt slijpen. 8. Na passage door de steendrukpers word de afdruk voorzichtig van de steen genomen. Men maakt enkele proefdrukken. Na elke proefdruk past men, indien nodig, de inkt en de kleur aan of verbetert men de tekening door wegnemingen of toevoegingen, door met zuur of puimsteen op de steen delen van de vette tekening op te lossen. Uiteindelijk wordt de steen definitief gedrukt op papier dat geschikt is voor de opdracht. 9. De viskeuze inkt vraagt om goed absorberend papier met een stevig oppervlak. Als het papier te los en te zacht is, zullen de vezels in plaats van de inkt van de drukvorm over te nemen, uit hun samenhang gerukt worden en aan de inktlaag op de drukvorm blijven kleven. Dit verschijnsel, het plukken, beschadigt de druk en verontreinigt de drukvorm. Nu kan de steen weer worden bevochtigd en ingerold met inkt voor een volgende druk. Zo kunnen honderden kopiën worden gemaakt. Kleine verschillen zullen zich voordoen naarmate er meer inkt wordt gebruikt. De stenen kun je na het drukken van je oplage slijpen met water, slijppoeder en een kleinere steen (die ook geslepen moet worden: handig, dan slijp je twee stenen tegelijk: het is namelijk veel werk). Kleurendruk is een gecompliceerd proces: voor elke kleur is een aparte steen nodig en een aparte drukgang.